In de kostensoort Mobiele Telecommunicatie richt onze aandacht zich eerst op het
goed vaststellen van het belgedrag van de mobiele gebruikers.
Het nCie gaat hierbij
NIET uit van een gemiddeld toestel of belgedrag omdat ook de pricingmanagers van
de providers dit als uitgangspunt nemen voor hun pricing-strategie.
Wij kijken dus naar individuele bellers en hun werkelijke kosten.
Door deze, voor Nederland unieke benadering weten wij dat er vaak nog vele procenten
zitten tussen de berekende kosten via een gemiddelde, en de te verwachten kosten
als men kijkt naar het werkelijke individuele gebruik.
Dit zogenaamde belgedrag wordt vastgesteld aan de hand van belnota's die meestal
door uw huidige provider digitaal ter beschikking gesteld kunnen worden (Call Detail Records).
Als wij ook het onderzoek Vaste Telecommunicatie uitvoeren wordt in de analyse tevens
gekeken naar het verkeer tussen deze twee communicatievormen omdat er abonnementsvormen
zijn die verschillende tarieven rekenen voor verkeer tussen de bedrijfscentrale
en de Mobiele toestellen van een bedrijf.
Kunt u wel overstappen?
Sinds 24 april 2004 (zie Uitspraak voorzieningenrechter
Rotterdam) is er een groot probleem voor bedrijven die over willen
stappen naar een andere provider maar dit in het inkooptraject niet goed afdekken.
Zoals nu in de praktijk al vele malen gebleken is zal uw huidige leverancier de
individuele nummers slechts binnen 10 dagen nadat de overeenkomst voor het individuele
nummer is afgelopen willen porteren.
Dit betekent dat u vaak voor lange tijd 2 providers heeft (de oude en de nieuwe)
en dat de vele on-net voordelen en kwantumkortingen niet hun volledige voordeel
voor u hebben. Het alternatief, uw personeel uitrusten met nieuwe telefoonnummers,
is vaak ongewenst.
Daarom is het van het allergrootste belang dat in het onderhandeling- en inkooptraject
voor dit soort diensten reeds rekening gehouden wordt met deze belemmering, voor
uw eventueel huidige overstap maar ook voor een toekomstige overstapmogelijkheid
naar een andere provider.
Het proces van het nCie beperkt deze problematiek op de, binnen uw mogelijkheden,
maximaal mogelijke wijze.
Rekenkundig gokken
of meten?
Omdat abonnementen voor Mobiele Telecommunicatie zeer verschillend omgaan met het
belonen/bestraffen van individueel belgedrag is het niet mogelijk een goed reductieadvies
te geven zonder het belgedrag eerst goed vastgesteld te hebben.
Elk advies dat u krijgt en dat niet minstens geïnventariseerd heeft op hierna
omschreven eigenschappen van het belgedrag zal dus niet meer waarde kunnen hebben
dan een goede gok.
| Belgedrag Parameter | Waarom |
| Tijdstip |
Wanneer belt men? Belt men bijvoorbeeld vaak om 7.45 uur dan valt het gesprek in het ene abonnement in het Daltarief en in het andere weer in het Piektarief. Verschil : soms meer dan 200% |
| Gespreksduur |
Duren de gesprekken lang of kort? Sommige abonnementsvormen rekenen lagere tarieven naarmate men langer belt. Ook startarieven (voor de verbindingsopbouw) verschillen per abonnement. Verschil : tot 80% van de kosten van het gesprek. |
| Kwantiteit |
Belt men veel of weinig ? Gratis Belminuten klinkt mooi maar als ze niet opgemaakt worden omdat er te veel gratis minuten zijn of als ze in de verkeerde belklasse (naar mobiel,naar Vast,Regio etc.) vallen heeft u er weinig aan. Zo rekent men zich rijk. Sommigen gaan soms zelfs vaker bellen om de gratis minuten op te krijgen! Verschil : gemiddeld 30% van de kosten van de gratis belminuten. |
| Type |
Met Wie en Wat belt men? Bellen naar andere GSM's is in Piektijd gemiddeld 11,4% duurder dan naar het vaste net. Bellen binnen de regio is in Piektijd gemiddeld 34,2% goedkoper dan buiten de regio. On-Net verkeer is in Piektijd gemiddeld 13,2% goedkoper dan Off-Net verkeer. Verschil : gemiddeld 11% van de kosten |
Het onderzoek
In het begin van dit soort onderzoeken (1998) deden wij het onderzoek op dezelfde
wijze als alle in de markt aanwezige adviesbureaus en adviseurs. Wij telden de minuten
die uw toestellen in de diverse klassen verbelden en deelden dat door het aantal
toestellen en hadden dan een `gemiddeld` toestel gevonden.
|
|